Hendrikje:” Ik heb een grote
ramp meegemaakt deze week. Mijn Nieding was achter de woonwagen in de schuur. Die had wat computers gesloopt. En die ging van de schuur naar de andere schuur om wat te pakken. En die kwam uit de schuur en toen stond Nieding in één keer in een
zeevlam. Het was helemaal vuur om hem toe. Hij moest rennen en lopen voor zijn leven. (Het) was haast niet meer mogelijk om uit dat vuur te komen. Zijn haar was al verschroeid en zijn handen waren al aangetast. En hij wist niet meer hoe hij er mee aanmoest. Hij

heeft gerend en geroepen aan Jezus.”
Per ongeluk rende Nieding volgens zijn zeggen achter de wagen langs. Maar daar kon hij niet ver komen.
Hendrikje: “Ik heb hoge schuttingen naast de wagen. En je kunt daar geen kant op. Want daar kun je niet over. Die zijn over de twee meter hoog.” Terwijl Nieding rende “Is de vlam achter hem aangegaan.”, zegt Hendrikje.”Toen hij tegen de muur opstond trok de vlam terug. En hij was zo overstuur.
De schuur van hem (stond) in de
brand. En toen riep hij: ” Hendrikje water! Water! Alles staat in de brand! We moeten het uitgooien!” Maar daar was niets meer aan te doen. Want het was (in) een tijd van 5 minuten (toen) stond de hele schuur in de brand. Hij brandde.

Nou het
was verschrikkelijk zo’n brand. En het andere schuurtje achter de wagen stond (ook) in de brand. Maar toen duurde het niet lang of (onze) wagen stond ook in de brand. Toen (hadden we onze) woonwagen ook in de brand. Ik zat nog binnen en toen ben ik met kleine Arjantje naar buiten gelopen. Die was ik aan het voeden met danoontjes. En ik heb dat kind direct in veiligheid gebracht.
En ik zeg: “Nieding, ga daar weg, want dit is gevaarlijk!” Want wij hadden in die schuur een gasfles en die gasfles ging ontploffen. Er kwam allemaal gas uit. En het was een gas en vuur. Het was echt heel erg. En het duurde maar even toen stond de wagen van mijn broer ook in de brand. Die staat naast (ons). En ja, dat vond ik heel erg, want wij zijn
niet verzekerd. En ik kan die wagen niet terug betalen. Dat is heel erg. Ik ben om de wagen toegelopen en heb

gezocht naar water. Mijn schoonzusje had de slang er al aangedaan. En ik heb de wagen van mijn broer zo nat mogelijk gehouden (met)
gevaar van mijn eigen leven.
Want het vuur vloog natuurlijk over de schuttings. En ik was kokend heet. Ik was helemaal overstuur. Ik was mezelf niet meer. Ik (deed) niks anders dan huilen en bidden: “Here God help ons! Laat (onze) wagen niet opbranden en laat mijn broer zijn wagen niet opbranden!”
En dat was natuurlijk niet mooi. Ik heb daar gewoon een trauma aan overgehouden. En niet zo om dat spul. Want de wagen en dat wereldse materiaal dat interesseert me niet zo. ’t Is natuurlijk wel erg.
Maar het slimste dat ik vond (was) dat mien Nieding daar in stond. In dat vuur. En dat hij daar zowat dood bij gekomen is. Dat kon ik haast niet dragen. Dat was té veel. We hebben een paar moeilijke dagen gehad. Alles zit onder de roet natuurlijk. We kunnen

haast niet in de wagen slapen. Want het is een en al roet en vieze stank. En ik heb astma.
Ik kan daar niet tegen.
Een mens moet soms wel wat, dus heb ik een bed voor in de wagen gemaakt. Op de vloer. Daar slapen wij nu. Ja, het is een drama. Ik kwam vanmorgen emotioneel wakker omdat alles tegen zit. Ook financieel zit alles een beetje tegen. En ja, wat moet je dan? Je kunt je broer de wagen niet terug betalen. Die heeft hem aan de kanten ook helemaal verbrand. En glazen (zijn) uitgeknapt. Dat is natuurlijk niet makkelijk. Ik (bad) vanmorgen. En ik had God gevraagd om hulp. Want dit kan natuurlijk allemaal zo niet.
En toen gaf God mij een woord: de verzoeking in de woestijn van Jezus. En dat heb ik

gelezen. Toen ik dat gelezen had, wist ik dat wij ook verzocht worden. En dat dit allemaal niet zomaar gebeurd.
Waarom het is weet ik niet. Maar Jezus werd ook verzocht. Nou, ik en Nieding worden ook verzocht. Ook door de duivel. (Maar) Jezus is daar ook weer uitgekomen. Dat is ook goed gekomen. Ik geloof dat God groot is en machtig is en Hij heeft ons nog nooit in de steek gelaten. En ik weet dat Hij (ons) ook nu niet in de steek laat. Ik weet dat Hij voor (ons) zorgt. Ik geloof dat God ons ook gaat helpen, want God is goed."