|
vruchten / gaven / werkingen v.d. Geest
Vruchten (Galaten 5:22)
1) Liefde (Gal. 5:13, 14, 16 / 1 Cor. 13:1-3, 13 / Rom. 13:8-10 / 1 Joh. 4:7, 8, 19).
2) Blijdschap = vreugde (Luc. 2:10 / Joh. 5:11; 16:22, 24; 17:24 / Rom. 15:13).
3) Vrede = rust (Hebr. 13:20/ 2 Cor. 13:11/ 2 Cor. 1:2/ Rom. 15:33/ Joh. 14:27/ Ef. 2:14/
1 Thess. 5:13).
4) Lankmoedigheid = toegeeflijk/geduld (Rom. 4:22 / 2 Cor. 6:6 / Ef. 4:2 / 1 Tim. 1:16/
1 Cor. 13:4).
5) Vriendelijkheid (Fil. 4:5/ Matth. 5:25/ 1 Cor. 4:13/ Ef. 4:32/ Spr. 16:24; 22:9
6) Goedheid (Col. 3:12/ Luc. 6:35/ Gal. 6:9/ 2 Tess. 3:13/ 3 Joh.:2/ Marc. 10:18/ Ps. 14:1)
7) Trouw = standvastigheid (2 Tim. 2:22/ 1 Cor. 15:58/ Col. 1:23/ 2 Petr. 3:17/ Gal. 5:1)88.
8) Zachtmoedig (Matth. 5:5/ Col. 3:12/ Tit. 3:2/ Jac. 1:21/ Ef. 4:2/ Spr. 15:4).
9) Zelfbeheersing/ ingetogenheid: zelf = persoon, beheersen = meester over: (2Petr. 1:6).
Gaven (Romeinen 12:6) ‘gaven van Christus’
1) Profetie (ambt) 1 Cor. 13:18; 14:6, 22/ 1 Thess. 5:20/ 2 Petr. 1:20, 21/ 1 Cor. 12:28, 29/
Hand. 21:9, 10. Spreekt over: verleden, heden, toekomst. Ef. 4:11/ Hand. 2:30
(lees: de gaven van de Geest, Harold Horton ISBN 9064424748, Gazon uitg).
2) Dient (Matth. 23:11/ Marc. 10:43/ Luc. 22:27/ 1Tim. 4:6/ Col. 5:13/ Matth. 4:10; 6:24).
3) Onderwijst (Hand. 2:42/ Rom. 16:17/ Marc. 9:31/ Hand. 7:22/ Gal. 6:6.
4) Vermaant (1 Thess. 2:3/ Hand. 14:22/ 2 Cor. 5:20; 13:11/ 1 Thess. 4:18/ Ti. 1:9).
5) Mededeelt (Luc. 5:11/ Spr. 12:7/ 1 Sam. 15:16/ Dan. 9:23/ 1 Sam. 23:11).
6) Leiding (1 Tim. 5:17/ 1 Tim. 1:4/ Joh. 1:43/ Gal. 5:18/ 1 Petr. 2:12/ Luc. 22:26/
Matth. 23:10).
7) Barmhartigheid (Rom. 12:8/ Jac. 5:11/ 2 Cor. 1:3/ Matth. 5:7/ Ef. 4:32/ Luc. 6:36/
1 Petr. 4:10, 11/ Jac. 3:1-3).
Ondanks het feit dan niet iedereen al deze gaven heeft, zijn deze personen ieder
afzonderlijk een voorbeeld voor een ieder van de Gemeente i.d. gave die zij uitoefenen.
M.a.w. In iedere gave zit iets wat voor iedere christen is (zie de Bijbelteksten erachter).
Eens zaten er 7 personen aan een tafel met ieder een gave. Ze waren aan het wachten op het diner. Toen de bediende binnenkwam en het eten liet vallen, reageerde ieder naar hun gave / motivatie:
1) profetie/ inzicht: De volgende keer als u weer al het eten op 1 hand draagt valt het
weer. De oorzaak van dat u alles liet vallen was omdat u al het eten op 1 hand droeg. (alles schalen).
2) dient: ik zal u even helpen bij het opruimen.
3) onderwijst: Neem volgende keer een karretje mee, en verdeel het eten.
4) vermaant/ opbouwt: O, dit moet u de volgende keer niet meer doen. Maar nu het
eenmaal is gebeurd, ach, het is niet zo erg want we zijn toch al ‘dik’
5) mededeelt: beste mensen ik heb een belangrijke mededeling voor u: we nemen de
maaltijd iets later.
6) leiding: U neemt de bezem, en u de stoffer en blik…
7) barmhartigheid: slaat een arm om de bediende heen.
Werkingen (1 Cor. 12:4) ‘gaven van de Geest’
1) Wijsheid te spreken, :8. Bovennatuurlijke wijsheid ligt een hogere niveau dan aardse
kennis en wijsheid. 1 Cor. 2:4, 7/ Spr. 4:7.
Salomo was een man Gods, die deze wijsheid van God ontving.
2) Kennis te spreken, :8. Bovennatuurlijke kennis van de Heilige Geest. In Openbaring
1, 2, 3, lezen we over deze kennis over de Gemeenten. De Bijbelschrijver heeft van Gods Geest kennis gekregen over Genesis 1.
3) Geloof, : 9. Marc. 11:22, 23. Bovennatuurlijke geloof: a: bovennatuurlijke overwinning: Ex. 17:11, b: bovennatuurlijke bescherming in gevaren: Dan. 6:17, 23, 24/ Hebr. 11:33/ Marc. 1:13/ Marc. 16:18/ Hand. 28:5/ Luc. 4:30.
4) Gaven van genezingen, : 9. Matth. 10:8: a: geneest zieken, b: reinigt melaatsen, c: drijft boze geesten uit, d: wekt doden op.
5) Werking van krachten, : 10. Lees: Ex. 14:16/ Ex. 17/ Joh. 21:9/ Matth. 8:23.
6) Profetie,: 10. Is spreken namens God. a: sticht de Gemeente (1 Cor. 14:4b), b: stichtend, vermanend, bemoedigend (1 Cor. 14:3), c: is in 1 Cor. 14:1 een gave en niet een ambt zoals in Efeze 4:11. d: Om de ongelovige te overtuigen en het verborgene van zijn hart aan het licht te brengen: 1 Cor. 14:24, 25.
“En de Geesten der profeten (zij die de gave van profetie hebben) zijn aan profeten (zij die het ambt als profeet hebben) onderworpen” 1 Cor. 14:32. Velen zeggen: “Zo spreekt de Heer,” of: “de Here heeft gesproken”, dit is een afschuiven van verantwoordelijkheid die aan de profeet (die het ambt heeft toekomt). Zie genoemd boek, blz. 190.
Niet meer dan 3 profetieën mogen er in een dienst gegeven worden: 1 Cor. 14:29, blz. 191, van genoemd boek.
Zoals bij alle gaven is geloof nodig: Rom. 12:6. Volgens H. Horton, kan er geen zegen
rusten op profetieën die gaan over grote opwekkingen binnen de Gemeente en
bevrijdingen, die niet uitkomen. (blz. 192). Ook voor vrouwen: Joël 2:28/ 1 Cor. 11:5/
Hand. 21:9/ 1 Cor. 11:5.
7) Onderscheiden van geesten, : 10. a: om te helpen bij de verlossing van door boze geesten gebondenen (Marc. 5:5. Luc. 9:39/ Hand. 5:16/ Marc. 9:17, 25/ Luc. 13:11/ Hand. 10:38).
b: om geloofwaardige dwalingen aan het licht te brengen (1 Tim. 4:1/ 2 Petr. 2:1).
c: om demonische wonderdoeners te ontmaskeren (2 Thess. 2:9/ Openb. 16:14/ 1 Joh. 4:1-6).
8) Allerlei tongen, : 10. Lees: 1 Cor. 14. a: spreken in tongen is een bewijs van de doop met de Heilige Geest (Hand. 2:4/ Hand. 10:46; 19:6).
Deze is voor een ieder en tot stichting van zichzelf: 1 Cor. 14:2, 4, en te bidden in de geest: 1 Cor. 14:14.
Er is een tongentaal tot stichting van zichzelf en er is een tongentaal tot stichting van de Gemeente!
De tongentaal die wordt gebruikt in het openbaar; is bestemd voor een samenkomst bestaande uit alleen gelovigen: 1 Cor. 14:26, genoemd boek blz. 204:
“Het dikwijls verkeerd begrepen vers 22 in 1 Cor. 14 betekent dus niets anders dan
dat tongen een teken zijn, dat ongelovigen die ze horen, verwerpen; de ongelovigen blijven ongelovig, niet overtuigd en onbekeerd, ja worden zelfs gesterkt in hun ongeloof… Tongen, zelfs met vertolking, sorteren geen effect op de ongelovige, behalve dan dat hij zal denken naar wartaal te luisteren, en voorts dat hij ze zal verwerpen…..”
blz. 205: “Hoeveel evangelisatiesamenkomsten hebben we niet gezien die te gronde gingen door een onverstandig of eigenzinnig gebruik van gaven die alleen voor de gelovigen bestemd zijn…
Indien er in de Gemeente in tongen wordt gesproken, in de Gemeente, bestaande
uit alleen gelovigen: mogen er twee ten hoogste drie in tongen spreken (1 Cor. 14:27). En één persoon geeft de uitleg. Dit laatste betekent niet dat één van de drie ook de uitleg geeft. Vers 14 zegt: “Derhalve moet hij, die in een tong spreekt, bidden, dat hij het moge uitleggen…” Deze tekst wordt verder nergens letterlijk verdedigd. De Bijbel spreekt duidelijk op verschillende plaatsen: de één heeft dit, de ander dat!!!!!
(1 Cor. 12:8-11/ 1 Cor. 12:28-31/ Rom. 12:4-8/ 1 Cor. 14:26).
9) Vertolking van tongen, :10. Lees: 1 Cor. 14:26-28).
Wordt er in de Gemeente, bestaande uit alleen gelovigen (we spreken dus niet over een evangelisatiesamenkomst) in tongen gesproken 2 ten hoogste 3 dan moet er een uitlegger zijn: 1 Cor. 14:28. Zo niet, dan moet men zwijgen. Vers 33, 40!!!!
Alles tot stichting van de Gemeente: 1 Cor. 14:12, 13, 5, 26. 2 Cor. 6:4-10 Paulus in zijn dienstwerk!!! 2 Cor. 5:14/ 2 Cor. 7:1-2
1 Cor. 12:1-11: genade gaven (Rom. 12:6), bedieningen (Ef. 4:11)/ 1 Cor. 12:28-31), werkingen (1 Cor. 12:1-11 let op vers: 10 werking). Talenten: Matth. 25 is iets anders.
Talenten worden door God gegeven, vaak vanaf de geboorte af aan, bedieningen, gaven en werkingen door Gods Geest in de Gemeente. |