LANGUAGE arrow Onderwijs arrow Het bruiloftsmaal
 
Het bruiloftsmaal Print

Het bruiloftsmaal

In Mattheüs 22:1-14 lezen we: Het koninklijke bruiloftsmaal
God zond Zijn slaven, Zijn dienaren, Zijn predikers uit, om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen. Ieder had wel een smoesje, terwijl de maaltijd gereed stond. Daarom zond God Zijn dienaren opnieuw uit. Maar nu om de kruispunten af te gaan en zowel goeden als slechten uit te nodigen.

We zien hierin het volgende beeld: dat het evangelie eerst bestemd was voor het heilige volk Israël, voor de Joden, doch omdat zij Christus verworpen hebben, het hemelse brood dat uit de hemel tot ons is nedergedaald, is het evangelie ook bestemd voor de heidenen. Christus heeft ons zelf ook de opdracht gegeven in Handelingen 1:18 om het evangelie te verkondigen op alle plaatsen, zelfs in Samaria. Samaria was voor de Joden het uitvaagsel. Het was een plaats waar men liever niet kwam. Maar omdat de Joden Christus verworpen hebben is het evangelie ook voor de Samaritanen bestemd.

Volgens vers 10b gingen velen op de uitnodiging in. De zaal werd vol. We zouden kunnen zeggen, dat velen zich bekeerd hebben. Vandaag de dag zijn er nog steeds velen die zich bekeren tot Christus, maar of zij ook allen behouden zijn is een tweede. Toen de koning binnen kwam in de bruiloftszaal, zag hij daar iemand die GEEN BRUILOFTSKLEED aan had. En zeide tot hem: “Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed?” En hij werd als een dief buiten geworpen, waar het geween is en het tandengeknars. De plaats die bestemd is voor de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars. Openbaring 21:8. Deze persoon, man of vrouw, was als een dief binnengeslopen. De Bijbel zegt, dat een ieder die niet door de Deur Christus Jezus binnenkomt, een dief is.

Om de tabernakel binnen te komen moet men eerst door de poort, hetgeen het type van Christus is. Een andere ingang was er niet. De priesters die daarin werkzaam waren, liepen in witte gewaden. We zouden kunnen zeggen: in bruiloftsklederen.

De dief die op een andere plaats binnenkomt, en zich voordoet als een priester, wordt meteen gekenmerkt doordat hij geen priesterklederen draagt.

We kunnen bekeerd zijn en gedoopt. Een werker in het evangelie. Maar als wij geen witte klederen, bruiloftsklederen dragen, dan zullen we uitgeworpen worden. Zijn we op een andere plaats binnengekomen dan door de Poort Christus Jezus, dan worden we gerekend tot dieven.

Openbaring 19:9 zegt: “…zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams.” Deze uitnodiging is alleen bestemd voor hen die het bruiloftskleed dragen. Die het bruiloftskleed dragen. Niet voor diegenen die menen erbij te horen en er niet bijhoren. Aan de buitenkant kan het lijken dat ze bij de genodigden horen, maar God ziet het hart aan. God kijkt naar het bruiloftskleed dat zo wit van reinheid straalt.

HET BRUILOFTSKLEED IS een kleed dat voor IEDEREEN bestemd is, voor jong en oud, of welk huidskleur men ook heeft. De één noemt het, het kleed van onze rechtvaardigmaking, de ander noemt het, het kleed van de geestelijke gaven. Daarover zullen we niet twisten, maar één ding is zeker dat het niet het kleed is van onze natuurlijke eigenschappen, hoe schoon ook onze eigenschappen mogen lijken.

Het anti-bruiloftskleed wordt natuurlijk het meest in deze wereld begeerd. Het is een kleed van onreinheid, liefdeloosheid, dronkenschap, en noem maar op. Maar zij die dit aanhebben zullen in de poel, die brandt van vuur en zwavel geworpen worden. Openbaring 21:8. Dit is de tweede dood. De eerste dood zal iedereen overkomen, doch voor de christen is het meer een slaap. De eerste is ook wel de geestelijke dood. En als men daarin blijft, zal men in de tweede dood komen, de eeuwige dood. Het is niet Gods wil dat een mens hierin terecht komt. Een mens gaat daarom niet alleen verloren vanwege zijn zonden, maar ook vanwege zijn ongeloof omdat hij niet de weg ter ontkoming wil opgaan, n.l. Christus Jezus. Als wij dat volmaakte offer willen aanvaarden en het bruiloftskleed aandoen, dan zullen we genodigd zijn om deel te hebben aan het bruiloftsmaal.

Maar als er gesproken wordt over een bruiloftsmaal, dan moet er ook een trouwerij zijn. Het is een bruiloftsmaal waar alleen de Bruid en Bruidegom aanzitten. De Bruid, dat is de Gemeente, de Bruidsgemeente, en de Bruidegom is Christus. Daarom zegt de Bijbel ook: “…zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal DES LAMS.” Het Lam is Christus.

Deze bruiloftsmaal is het laatste die gehouden wordt. Het eerste huwelijk, van Adam en Eva, viel in zonde en was als gebroken. Maar God Die dè restaurateur is van gebroken huwelijken, heeft een nieuwe bereidt, een volmaakte huwelijk. Namelijk de bruiloft tussen de Bruidsgemeente, de volmaakte gemeente en Zijn Zoon.


Archief: 1985 Sieberen Voordewind

< Vorig   Volgend >