LANGUAGE arrow Onderwijs arrow MOET EEN CHRISTEN 10 PROCENT GEVEN?
 
MOET EEN CHRISTEN 10 PROCENT GEVEN? Print

MOET een christen tien procent geven? 

Onderwijs door: Evangelist Sieberen Voordewind

Er zijn mensen die geloven dat een christen elke maand 10 procent van zijn financiële inkomsten moet geven aan de gemeente. Er zijn ook mensen die vanwege hun lage inkomen wel geloven dat zij maandelijks 10 procent moeten afstaan aan de gemeente maar het niet doen. Er zijn mensen die anderen verplichten om 10 procent van hun inkomsten te geven aan de gemeente of zoals velen zeggen: de kerk. Er wordt verwezen naar de Bijbel maar is de uitleg wel betrouwbaar? In deze les ga ik uit van de Bijbelvertaling NBG 1951 tenzij anders vermeld.


Het is waar dat de Bijbel zegt in Haggai 2:9: “Van Mij is het zilver en van Mij is het goud, luidt het woord van de HERE der heerscharen.” En in 1 Kronieken 29:14 staat geschreven: “… Want het komt alles van U, en wij geven het U uit uw hand.”

Maar niet alleen is het zilver en goud van de Here God. Hij is ook de Schepper van hemel en aarde. Van Hem komt ook het leven. De Bijbel zegt in Genesis 2:7: “Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.”

En wat zegt de Bijbel over het geven van tienden?
In het Oude Testament van de Bijbel lezen we daar het volgende over.
Voordat de wet er bestond over het geven van tienden gaf Abraham de priester Melchizedek 10 procent van alles wat hij in beslag had genomen van zijn vijanden. In Genesis 14:18-20 staat: “En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden.” Er staat geschreven: “En hij gaf hem van alles de tienden.” Van ALLES. In de Nieuwe Bijbelvertaling van 2007 staat: “Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.” Volgens vers 16 van dit hoofdstuk ging het om “Alle buitgemaakte bezittingen.”

En wat betreft Jakob staat er in Genesis 28:20-22: “En Jakob deed een gelofte: Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de HERE mij tot een God zijn. En deze steen, die ik tot een opgerichte steen gesteld heb, zal een huis Gods wezen, en van alles wat Gij mij schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven.”

Later kwam de wet op het geven van tienden.
De Bijbel zegt in Hebreeën 7:5 in de vertaling van Het levende Woord: “Als Melchizedek een Joods priester was geweest, zou dit niet zo vreemd zijn; want later moest Gods volk een tiende geven aan de priesters die tot het eigen volk behoorde.” In Exodus 23:19 lezen we dat Gods volk het voorschrift kreeg: “Het beste der eerstelingen van uw bodem zult gij in het huis van de HERE, uw God, brengen.”

In Leviticus 27:30 - 34 staat geschreven: “Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de HERE; het is de HERE heilig. Maar indien iemand toch van zijn tiende zal willen lossen, dan zal hij het vijfde deel daarvan erbij voegen. En alle tienden van runderen of kleinvee, al wat onder de staf doorgaat, het tiende daarvan zal de HERE heilig zijn.Men zal niet onderzoeken, of het goed of slecht is, en men zal het niet verruilen; indien men het toch verruilt, dan zal dit zowel als het verruilde de HERE heilig zijn; het zal niet gelost worden. Dit zijn de geboden, die de HERE Mozes gegeven heeft voor de Israëlieten op de berg Sinai.” Over de inkomsten staat geschreven in Spreuken 3:9: “Vereer de HERE met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten.”

Aan wie werden de tienden gegeven? Aan de priesters. In Numeri 18:21, 24 lezen we: “Wat nu de Levieten betreft, zie, Ik geef hun alle tienden in Israël als erfdeel, een vergoeding voor de dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst... want aan de Levieten geef Ik als erfdeel de tiende, die de Israëlieten de HERE als heffing brengen; daarom heb Ik van hen gezegd: In het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen.” In de Nieuwe Bijbelvertaling van 2007 staat in vers 23 en 24: “De Levieten krijgen geen grondbezit zoals de andere Israëlieten; hun geef ik de tienden in eigendom die de Israëlieten aan de HEER afdragen.”
De Bijbel zegt in hebreeën 7:5 in De Nieuwe Bijbelvertaling: “De afstammelingen van Levi die het priesterambt ontvangen, moeten volgens de wet tienden heffen van het volk.”
In Nehemia 10:38 staat geschreven: “Een priester, een zoon van Aäron, zal de Levieten vergezellen, wanneer de Levieten de tienden heffen, en de Levieten zullen een tiende van de tienden brengen naar het huis van onze God, naar de vertrekken van het voorraadhuis.”

Wie in de tijd van het Oude Testament leefde en geen tienden gaf beroofde de Here God van wat Hem toe kwam.
In Maleachi 3:8-10 staat geschreven: “Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.” Wie in de tijd van het Oude Testament leefde en geen tienden gaf werd vervloekt. In Maleachi 3 staat geschreven: “Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer.”
Wie de tienden wel gaf werd door God gezegend.

Wat zegt de Bijbel in het Nieuwe Testament over het geven van tienden? En moet een volgeling van Jezus Christus tienden geven aan de kerk? Laten we eerst lezen wat de Eniggeboren Zoon van God gezegd heeft.
Wat zei de Here Jezus over het geven van de tienden? In Lucas 11: 42 staat geschreven: “Maar wee u, Farizeeën, want gij geeft tienden van de munt en de ruit en van alle kruiden, en gij gaat voorbij aan het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen en het andere niet nalaten.” Hier geeft de Here Jezus geen verplichting maar een constatering van hetgeen de Farizeeën deden en Hij zei: “Dit moest men doen.” Het woordje “moest”duidt op het verleden. Wat moest men in het verleden doen? Het geven van tienden. En wat bedoelde de Here Jezus met: “…en het andere niet nalaten?” De Here wees op het tonen van de liefde Gods. In de vertaling van Het Levende Woord staat: “Jullie geven pietluttig tien procent van al je inkomsten aan de tempel.” Jezus geeft geen opdracht maar een constatering. En Hij zegt verder: “Maar jullie denken er niet aan rechtvaardig te zijn en God lief te hebben. En daar komt het juist op aan. Natuurlijk is het geven van die tien procent goed, maar u mag de andere dingen niet verwaarlozen.” Aldus de vertaling van Het levende Woord. Het geven van tien procent is niet verkeerd. Het is geen zonde maar dé liefde naar de Here God moet niet verwaarloosd worden. De Here Jezus heeft geen verplichting gegeven om Zijn volgelingen tienden te laten betalen!

Er heeft een verandering plaats gevonden.
De Bijbel zegt in Hebreeën 7:12: “Want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet.” Er heeft een verandering van priesterschap en de wet plaatsgevonden! In De Nieuwe Bijbelvertaling van 2007 staat geschreven: “Maar wanneer de aard van het priesterschap verandert, verandert onherroepelijk ook de wet.” Hebreeën 7:12.
In het Nieuwe Testament worden de volgelingen van Jezus Christus “priesters” genoemd. De Bijbel zegt in 1 Petrus 2:5 en 9: “En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus… Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.” In De Nieuwe Bijbelvertaling van 2007 staat: “Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen… Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie.” In Openbaring 1:6 staat: “En Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt.” In De Nieuwe Bijbelvertaling staat: “Die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader.” De volgelingen van Jezus Christus zijn niet alleen kinderen van God (Johannes 1:12) maar ook priesters van God. De Bijbel zegt in 1 Petrus 2:5 en 9 in de vertaling van Het Levende Woord: “Jullie zijn ook de heilige priestersJullie zijn priesters van de Koning, een volk dat voor God is afgezonderd.” In het Oude Testament hoefden priesters geen tienden te geven. En als de priesters in het Oude Testament geen tienden hoefden te betalen, hoeveel te meer de priesters van de Here God, die dat door de Here Jezus zijn geworden. Nergens staat in het Nieuwe Testament dat de priesters verplicht waren om tienden te betalen. Als volgeling van Jezus Christus ben je een priester van de Levende God en niet verplicht om tienden te betalen!

HET GEVEN VAN TIEN PROCENT BEHOORDE IN HET OUDE TESTAMENT OP EEN GEGEVEN MOMENT TOT DE WET MAAR MET DE KOMST VAN CHRISTUS JEZUS KWAM DAAR VERANDERING IN.

Wat betreft de wet zegt in de Bijbel in Galaten 2:21 in de vertaling van Het levende Woord: “Want als wij het met God in orde konden maken door de Joodse wet te houden, zou Christus voor niets gestorven zijn.” En in Galaten hoofdstuk 3: 3, 4,10,23 en 25 zegt de Bijbel in dezelfde vertaling: “Jullie zijn christenen geworden door wat de Geest van God in u heeft gedaan. Hoe kunnen jullie dan nu proberen volmaakte christenen te worden door u uiterste best te doen de wet te gehoorzamen? Is wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest?... Tot de komst van Christus werden we door de wet bewaakt…Maar nu wij in Christus geloven, heeft de wet, de leermeester, niets meer over ons te zeggen.” En in Galaten 5:1 staat in dezelfde vertaling: “Christus heeft ons dus de vrijheid gegeven. Dat is pas echte vrijheid.” Als volgeling van Jezus Christus leef je in de vrijheid die Christus je gegeven heeft!

MOETEN DE CHRISTENEN RECHTVAARDIGING VOOR GOD VAN DE WET VERWACHTEN?
Nee! Tot diegenen die dat zich wel laten doen zegt de Bijbel in Galaten 3:1-3a: “O, onverstandige …, wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? Zijt gij zó onverstandig?” En in vers 10 en 11 van dit hoofdstuk staat: “Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven.” De Bijbel zegt in Romeinen 10:4: "Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft." Als volgeling van Jezus Christus leef je uit geloof!

WAT ZEGT DE BIJBEL IN HET NIEUWE TESTAMENT OVER HET GEVEN VAN GELD?
De Bijbel zegt in 2 Corinthiërs 9:5-8: “Ik achtte het dus noodzakelijk de broeders op te wekken, van tevoren tot u te gaan en uw vroeger toegezegde milde gave vooraf in gereedheid te brengen, zodat zij klaar ligt als een milde gave en niet als een afgeperste gift. (Bedenkt) dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.” Het gaat in deze Bijbelverzen over ongedwongen toegezegde milde gaven. In De Nieuwe Bijbelvertaling van 2007 staat geschreven in vers 7: “Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.” Hier staat niet wat een ander besloten heeft wat u moet geven maar: “Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft.” Er staat geschreven: “zo veel geven als hij zelf besloten heeft.” En wie besloten heeft om een bepaald bedrag te geven krijgt de opdracht om dat “zonder tegenzin of dwang” te doen. De volgelingen van Jezus Christus mogen vrijwillig geld geven zonder tegenzin of gedwongen te zijn!

De reden waarom mensen vrijwillig geld geven
lezen we in vers 12- 14 van dit hoofdstuk. Daarin staat in De Nieuwe Bijbelvertaling: “Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken. Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overstelpend goed God voor u is geweest.” Het geldgebrek van mede volgelingen van Jezus Christus wordt door de collecte opgeheven en degenen die het geld vrijwillig ontvangen hebben danken de Levende God dat er broeders en zusters in Christus zijn die hebben willen delen van hetgeen ze hadden.
En de Bijbel zegt in het hoofdstuk hiervoor, in 2 Corinthiërs 8:12-15 in De Nieuwe Bijbelvertaling: “Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet hebt, maar van wat u hebt. Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn. Op dit moment lenigt u met uw overvloed de nood van de heiligen in Jeruzalem, zodat zij later met hun overvloed uw nood kunnen lenigen. Zo is er evenwicht, zoals ook geschreven staat: ‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig.’ Er staat geschreven: “Als u bereid bent mee te doen.” Dit gaat over vrijwillig geven om de nood van anderen te lenigen en dankbaarheid naar de Levende God.

Vrijwillig geven naar vermogen zonder zelf in de problemen te komen
.
De Bijbel zegt in 2 Corinthiërs 8:12 en 13 in De Nieuwe Bijbelvertaling: “Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet hebt, maar van wat u hebt. Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn.” Er staat geschreven: “Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt.” In de NBG vertaling van 1951 staat: “Want als de bereidvaardigheid aanwezig is, is zij welkom naar hetgeen zij heeft, niet naar hetgeen zij niet heeft. Want niet om anderen verlichting te schenken, wordt het u zwaar gemaakt.” De volgelingen van de Here Jezus mogen vrijwillig zoveel geld geven dat ze zelf niet in de problemen komen! Tegen de geestelijke leiders die de gemeenteleden wel dwingen om tienden te geven, waardoor ze wel of niet in financiële moeilijkheden komen, zegt de Bijbel in Lucas 11:46: “Maar Hij (Jezus Christus) zeide: Wee ook u, wetgeleerden, want gij legt de mensen ondraaglijke lasten op.”

De zegen van vrijwillig geven naar vermogen.

De Bijbel zegt in 2 Corinthiërs 9:5 en 6 in de Groot Nieuws Bijbelvertaling van 1996: ”Ik vond het daarom nodig deze broeders te vragen naar u vooruit te reizen en het zo te regelen dat de door u toegezegde gift voor mijn komst klaarligt, zodat het inderdaad een gift is en niet iets dat ik bij elkaar moet schrapen. Denk eraan: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.”
De Bijbel zegt in 2 Corinthiërs 9:6: “(Bedenkt) dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten.” Wie naar vermogen weinig geeft zal weinig gezegend worden door de Levende God en wie naar vermogen veel geeft zal veel gezegend worden. Maar de zegen van God is niet te koop. Het gaat om de gesteldheid van het hart. Wie uit liefde voor God en de medemens veel geeft naar vermogen zal veel gezegend worden. Daarbij is geloof absoluut noodzakelijk. De Bijbel zegt in Hebreeën 11:6: " Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken."

Mogen geestelijke leiders de gemeenteleden dwingen om geld te geven?
Nee. De Bijbel zegt in 2 Corinthiërs 9:7: “En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.” In vers 9 van dit hoofdstuk staat in de Groot Nieuws Bijbelvertaling van 1996: “Ik vond het daarom nodig deze broeders te vragen naar u vooruit te reizen en het zo te regelen dat de door u toegezegde gift voor mijn komst klaarligt, zodat het inderdaad een gift is…” Er staat geschreven: “…door u toegezegde gift…” en niet: “…door de geestelijke leiders gedwongen bedrag.” Geestelijke leiders mogen gemeenteleden NIET dwingen om geld te geven aan de gemeente/kerk of hun bediening! Tegen de geestelijke leiders die dat wel doen zegt de Bijbel in Lucas 11:46: “Maar Hij (Jezus Christus) zeide: Wee ook u, wetgeleerden, want gij legt de mensen ondraaglijke lasten op, en zelf raakt gij die lasten niet met één uwer vingers aan.”

Mogen geestelijke leiders de gemeenteleden dwingen om tienden te geven?
Nee. Er staat nergens in het Nieuwe Testament van de Bijbel geschreven dat de Here Jezus de mensen gedwongen heeft om tienden te geven van hun inkomen. ALLE volgelingen van Jezus Christus zijn priesters van God en priesters hoeven geen tienden te betalen.

Opvallend is dat als geestelijke leiders het hebben over het geven van tienden, het alleen gaat om het geven van geld. Dit is uit z’n verband gehaald. Want als het in het Oude Testament gaat om de tienden, dan gaat het niet alleen om geld maar ook om hetgeen we lezen in Leviticus 27:30-34, waar staat: “Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de HERE; het is de HERE heilig. Maar indien iemand toch van zijn tiende zal willen lossen, dan zal hij het vijfde deel daarvan erbij voegen. En alle tienden van runderen of kleinvee, al wat onder de staf doorgaat, het tiende daarvan zal de HERE heilig zijn.” Vreemd is dat geestelijke leiders die tienden willen innen van gemeenteleden, alleen geld willen hebben en geen vruchten van bomen, runderen, enzovoort. Als het gaat om tienden van geld willen ze dat wel innen maar niet als het om andere Bijbelse tienden gaat.Maar wat voor tienden ze ook willen innen van gemeenteleden, in het Nieuwe Testament van de Bijbel staat nergens dat zij dat van Gods priesters, de volgelingen van Jezus Christus, mogen doen. Tegen de geestelijke leiders die dat wel doen zegt de Bijbel in Lucas 11:46: “Maar Hij (Jezus Christus) zeide: Wee ook u, wetgeleerden, want gij legt de mensen ondraaglijke lasten op, en zelf raakt gij die lasten niet met één uwer vingers aan.”

Met het brengen van dit onderwijs weet ik dat niet iedereen dit in dank zal aannemen maar met de apostel Paulus zeg ik: “Probeer ik nu mensen te overtuigen of God? Probeer ik soms mensen te behagen? Als ik dat nog altijd zou doen, zou ik geen dienaar van Christus zijn.Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht – ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard.” Galaten 1: 10-12, volgens De Nieuwe Bijbelvertaling 2007.

Dit onderwijs zal veel mensen vrijmaken van onnodige onterechte schuldgevoelens en lasten. De Bijbel zegt in Johannes 8:32: “Gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.”

Ik wens je Gods rijke zegen toe.
< Vorig   Volgend >