HET LIEFDEVOLLE VADERHART VAN GOD (prediking/Zeist) door: Jacqueline Voordewind-van den Aardweg Deze prediking is uit te printen
Wie vindt het niet fijn, als je weet dat er iemand van je houdt? Een vreemde vraag zou je denken, maar helaas zijn er mensen, die het gevoel hebben, dat niemand om ze geeft, dat er niemand is, die van ze houdt. Een vreemde vraag zou je denken, maar helaas zijn er mensen, die het gevoel hebben, niets waard te zijn - niet belangrijk-. Ik wil graag iets vertellen wat van groot belang is voor ieder mens. Slaat u maar eens samen met mij Lucus 15: 11-24 op. Het verhaal van de verloren zoon. Ik wil hier niet ingaan op het weggaan en uiteindelijk de terugkeer van de zoon, maar júíst, de warme, liefdevolle reactie van de vader, op het handelen van zijn zoon. In dit verhaal zie ik verschillende aspecten van het karakter en het handelen van de vader. Ik wil er 3 met u bespreken, n.l.: De vader laat zijn zoon gaan.- De vader ontvangt zijn zoon in liefde. De vader vergaf zijn zoon, hij wilde zijn hart.
Als eerste zien wij hoe de vader zijn zoon vrij liet gaan. Hij hield hem niet tegen. Hij heeft zijn zoon aan God toevertrouwd, en daarom kon hij hem in liefde laten gaan. Natuurlijk zal het hem in zijn hart pijn hebben gedaan, maar hij gaf zijn jongen de ruimte, om zich te ontwikkelen, zijn eigen weg te zoeken. De vader dúrfde zijn zoon los te laten in de handen van God, want hij vertrouwde met zijn hele hart op Hem. Hij bad elke dag tot God om bescherming van zijn zoon. De vader begreep dat liefde, elkaar loslaten betekende. Dit doet mij denken aan het verhaal in Genesis 22:1-10. Het was op een zeer warme dag dat Abraham samen zijn zoon in zijn tuin aan het werken was. Ze genoten samen van de natuur, die God hen gegeven had. Ze zorgden er samen voor. En zo waren ze bezig, toen ploseling God tot Abram sprak: "Neem toch je zoon, je énige, je zoon van wie je zoveel houdt, Iszaäk, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op één van de bergen, die Ik je zal noemen." Abraham keek vol verwarring naar zijn zoon, die zo ijverig bezig was, zijn vader te helpen. Hij was onthutst. Zijn zoon, waarom hij zo gebeden had, op zo'n wrede manier doden, hem verbranden. Hij ging door met zijn werk, terwijl zijn gedachten bezig bleven, en zijn hart zich vulde met verdriet. Het werd avond en de nacht viel in. Iedereen sliep, maar Abraham kon de slaap niet vatten.
Het werd een lange nacht, totdat de ochtend aanbrak. Abraham stond vroeg op en zadelde in gedachten verzonken zijn ezel. Inmiddels was iedereen op en daar ging Abraham. Naast zijn zoon Isaäk nam hij twee knechten met zich mee. Op de ezel was hout voor het brandoffer geladen, en zo gingen ze op weg naar de plaats die God aan Abraham noemen zou. Na een lange tocht van 3 dagen sloeg Abraham zijn ogen op en zag in de verte de plaats waar God hem hebben wilde. Abraham stopte en zei tegen zijn knechten: Blijf gij hier met de ezel, terwijl ik en de jongen daarginds heengaan; wanneer we hebben aanbeden, zullen wij tot jullie terugkeren.
Zo nam Abraham het hout voor het brandoffer, legde het op zijn zoon Izaäk en nam vuur en een mes met zich mee. Daar gingen ze samen. Plotseling sprak Izaäk tot zijn vader: Vader, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? Hierop antwoorde Abraham: God zal zichzelf voorzien van een lam voor het brandoffer,  mijn jongen. En zo liepen zij verder. Eindelijk waren zij op de juiste plaats en Abraham bouwde het altaar. Izaäk hielp zijn vader en samen schikten zij het hout erop. Abrahams hart klopte, pakte zijn zoon vast en bond hem op het altaar. Isaäk was verstijft en door de angst die hem overviel was hij niet in staat zichzelf te verweren, en keek zijn vader aan met grote verschrikte ogen. Abraham strekte zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. Toen riep de Engel des Heren hem en zei: " Abraham, Abraham, strek je hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat je Godvrezend bent en je zoon, jou enige, mij niet onthouden hebt."In vers 16 staat: " Omdat je dit gedaan hebt, en je zoon, je enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik je rijkelijk zegenen." Abraham gehoorzaamde God, om zijn enige zoon te offeren.
Wat zal het Abraham pijn hebben gedaan, maar hij dééd het. In hetzelfde hoofdstuk wers 12 lezen we dat God Zélf Abraham belette, om zijn zoon te slachten. Maar waarom? Niet omdat God zich vergist had om Abraham Izaäk te laten offeren, maar wel... omdat Hij de Godvrezendheid van Abraham zag. Abraham durfde zijn zoon los te laten. Als we weer terug gaan naar het verhaal van de verloren zoon, wil ik het tweede punt aanhalen, in de vorm van een gebeurtenis uit deze tijd. Het was een stille jongen, die zich niet geaccepteerd voelde door reacties op hem van anderen. Hij voelde zich achtergesteld, en wilde zich optrekken aan zijn vrienden. Hij wilde zich bewijzen. Als hij er dan niet zo aantrekkelijk uitzag, wilde hij het laten zíen wat hij kon! En zo werd hij een dief, die op de meest geraffineerd manier, het meeste binnen kon halen. Hij was bekend geworden om zijn sluwheid, en iedereen had ontzag voor hem. Zijn ouders hadden het contact met hun jongen verloren. Hij had hun gedag gezegd. Hoe gewiekster hij werd, hoe minder gerust hij echter in zijn hart werd. Hij wist hoe zijn ouders hem altijd over God verteld hadden, maar hij wilde niet meer, hij kon ook niet anders meer, want hij zat nu in een cirkel, die helemaal gesloten was. Er stond nog een overval op het plan en om deze gedachten te onderdrukken, legde hij de energie die hij nog had helemaal in deze organisatie. Eigenlijk was hij het beu, hij was moe, maar hij kon niet anders meer. Ondertussen had hij via via vernomen, dat zijn ouders wisten, waar hij mee bezig was. Hij raakte met zichzelf in de knoop, maar hij ging door. De overval had een triest einde voor hem, hij werd gearresteerd, kreeg geen hulp van zijn "vrienden", want anders zouden zij zichzelf verraden. Daar zat hij nu, in een klein vierkant hokje. hij had niets meer, niets om zich heen, alles was kaal, maar ook niets meer in zichzelf, hij was leeg, uitgeput. Die nacht kon hij niet gerust slapen, maar hij dacht na over zo vele dingen die hij van zijn vader geleerd had. Hij dacht terug aan de liefde van zijn ouders. Hoe lelijk van uiterlijk hij ook was, zíj accepteerden hem, zoals hij was. Diep in zijn hart verlangde hij om weer naar hen terug te keren. Toen hij vrij gelaten werd, besloot hij om werkelijk terug te gaan. Hij schreef naar huis met de woorden: "Beste vader: ik wil thuiskomen, maar ik weet niet of u me nog wel wilt zien, na alles wat ik gedaan
De volgende dag stapte Hij op de trein. Zijn hart bonsde verschrikkelijk, want eigenlijk was hij heel onzeker hoe zijn ouders zouden reageren. Hij ging met de verwachting al afgewezen te zijn. Hij voelde zich schuldig, en ook al verworpen. Na een lange reis kwam hij eindelijk op het station. De trein stopte en hij stapte uit, en, daar stond zijn vader, hij rende naar zijn zoon, nam hem in zijn armen, omhelsde hem. Tranen van vreugde liepen over zijn wangen. "Ik heb op je gewacht!" Riep hij uit. Dit zelfde lezen we ook in Lucas 15: 20. De zoon werd niet verstoten, maar opgevangen in liefde! De vader stond al op hem te wachten, en toen hij zijn zoon aan zag komen, werd hij met ontferming bewogen. Hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. Er was ook direct vergeving bij de vader, want; en dit is mijn derde punt: De vader had niet door dwang de gehoorzaamheid van de zoon, maar hij had het hart van de jongen gewonnen en dáár ging het zijn vader om. Dat was hem alles waard. Het had voor hem geen zin als de zoon uit plichtsgevoel, " omdat het nu zo eenmaal moet" de vader zou gehoorzamen. Maar het ging de vader om het hart van zijn jongen. Zo wil God het ook graag. Hij wil geen uiterlijke gehoorzaamheid, zonder je hart voor Hem is gewonnen. Waarom toonde God liefde? Hij wil graag dat wij niet uit dwang God liefhebben, maar door Zijn liefde wil Hij ons tot zich trekken. Hij wil geen relatie met ons afdwingen, maar geeft ons de mogelijkheid voor een echte relatie, door ons vrijheid van onze eigen wil toe te staan. Het is onze eigen keus, want als God ons dwingt, om Hem lief te hebben, zou dit een onderwerping opleveren die niets te maken heeft met een relatie van hart tot hart. Hij wil een relatie met ons en geen gedwongen gehoorzaamheid. Hij heeft geduld, tot wij daar rijp voor zijn. Zijn hart volgt ons, maar wacht totdat wij zelf terug komen. God wil een persoonlijk relatie met degenen die Hij geschapen heeft. Hij verlangt ernaar dat de mensen Hem liefhebben, uit vrije wil; alleen dát is immers echte liefde.
Waarom wachtte de Vader iedere dag op zijn jongen? Omdat Hij van hem hield. God heeft geduld met ons, omdat Hij ons lief heeft. Hoe heeft Hij Zijn liefde getoond? Het heeft aan God het levensbloed van Zijn eniggeboren Zoon gekost, en daarom is het ook, dat de toegang tot de hemel vrij is. Hij gaf daarvoor vrijwillig Zijn geliefde Zoon in de vreselijke dood aan het kruis. De liefde van God en Zijn verlossing voor zondaren zoals jij en ik kunnen we alleen maar gelovend en dankbaar aannemen. Johannes 3:16. God heeft ons een vrije wil gegeven. Hij houdt van ons. Nu is het aan ons, hoe wij op Hem reageren. Als wij van Hem afgedwaald zijn en beseffen dat we weer naar God terug mogen, ontvangt Hij ons in liefde. Hij stoot ons niet af, Hij wil ons vergeven. Hij verlangt er niet naar dat jij/u Hem volgt vanuit het verstand, maar uit je/uw hart. Hij wil je/u kennen.
|