LANGUAGE arrow Profetie/onderwijs arrow Toetsen van profetieën en profeten
 
Toetsen van profetieën en profeten Print

Toetsen van profetieën / profeten

  • Wie is de persoon die het zegt?
  • Zijn de vruchten van de Geest zichtbaar? Galaten 5 : 22 / Matteüs 7 : 16-20.
  • Bezit de persoon Gods liefde?
1 Corintiërs 13 / Johannes 3, 4 / 1 Corintiërs 14 : 1 / Romeinen 5 : 5, enz

  • Heeft de persoon Bijbelgetrouwe Bijbelkennis?
    Galaten 5 : 25 / Colossenzen 1 : 19 / 2 Petrus 1 : 20 / 2 Timotiüs 2 : 11 / Titus 1 : 9 / Hebreeën 2 : 3.
  • Is de persoon nederig?
    Romeinen 12 : 16 / Efeziërs 3 : 14 / Colossenzen 3 : 12 / Jacobus 4 : 6 / Efeziërs 4 : 2 / 1 Petrus 5 : 5 / 2 Corintiërs 7 : 6 / Matteüs 11 : 29.
  • Is de persoon heilig?
    1 Thessalonicenzen 4 : 3, 7 / 2 Thessalonicenzen 3 : 6, 14 / 1 Petrus 1 : 16 / Efeziërs 1 : 4 / 2 Petrus 3 : 11 / 1 Corintiërs 7 : 34 / 1 Timoteüs 2 : 8.
  • Gedraagt de persoon zich in zijn/haar gezin Bijbelgetrouw?
    Efeziërs 6 : 4 / Efeziërs 5 : 22-33 / Colossenzen 3 : 18-21 / Timoteüs 3 : 1-16.
  • Belijdt de persoon de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God? Romeinen 10 : 10 / Johannes 16 : 14 / Mattheüs 10 : 32 / 1 Johannes 4 : 1, 3.
  • Wil de persoon het niet alleen maar graag voor het zeggen hebben? Galaten 1 : 10.
  • Wil de persoon niet boven een ander staan? Galaten 6 : 3 / Mattheüs 23 : 12 / Lucas 18 : 14 / Jacobus 4 : 10.
  • Zijn de daden stichtend voor de Gemeente? 1 Corintiërs 14 : 4b / 2 Corintiërs 6 : 3, 4-10.
  • Gaat de persoon niet om met ongelovigen? 2 Corintiërs 6 : 11 - 7 : 1.
  • Werkt de persoon niet om eigen voordeel te krijgen? 2 Corintiërs 7 : 2.
  • Richt de persoon mensen niet ten gronde? 2 Corintiërs 7 : 2.
  • Zijn de bekwaamheden van God? 2 Corintiërs 3 : 5, 6.
  • Prijst de persoon zichzelf of God? 2 Corintiërs 10 : 12, 18, 16; 11 : 7, 12–15.
  • Onderzoekt de persoon zichzelf? 2 Corintiërs 13 : 15, maar ook vers 11.
  • Laat de persoon zich corrigeren? 2 Corintiërs 13 : 11.
  • Haalt de persoon de eer naar zich toe of geeft hij God alle eer? 2 Corintiërs 3 : 5, 6 / Galaten 1 : 10 / 1 Thessalonicenzen 2 : 6. - Wat zegt de persoon?
  • Gaan de woorden niet in tegen de Bijbel? Johannes 14 : 17, 25; 15: 26 / Galaten 6 : 7 / Efeziërs 5 : 6 / Efeziërs 6 : 14 / 2 Thessalonicenzen 2 : 3-17.
  • Is de profetie om de Gemeente te vermanen? Het Griekse woord in 1 Corintiërs 14 : 3 voor vermanend is: paraklèsis = aandrang, aansporing, bemoediging, vertroosting, troost, vermanend, vermanen.
  • Is de profetie tot stichting van de Gemeente? 1 Corintiërs 14 : 3, 4. Het Griekse woord dat in vers 3 staat betekent: opbouw, opbouwing.
  • Is de profetie niet vaag? Numeri 12 : 8 / 2 Samuël 19 : 6.
  • De profetie vernedert toch niet: Jezus Christus, God de Vader, de Heilige Geest of de leiders van de Gemeente of wie of wat dan ook? Mattheüs 15 : 19 / Marcus 7 : 22 / Mattheüs 23 : 12 / Lucas 14 : 11. Bijvoorbeeld: iemand vertelde eens dat God het volgende had laten zien: een muur (wat betekent tegenstand, problemen) en daarvoor lag een springplank. ‘Jezus’ zou gezegd hebben tegen deze persoon: Gebruik Mij als pringplank om over de muur te komen. Ik ben als het ware die springplank. Degene die op de springplank springt zou nog meer zijn dan een springplank. En: op Jezus te springen is godslasterlijk. Hij, de Zoon van de Levende God vernedert Zich niet tot een springplank, zand, steen, of dergelijke. Dit is dan ook geen profetie zoals de Bijbel die bedoeld.
  • Zegt de persoon wat God zegt in de profetie of in dagelijkse omgang? 1 Thessalonicenzen 2 : 13, 14 / Romeinen 11 : 2 / Handelingen 4 : 31 / 2 Petrus 1 : 21 / Colossenzen 3 : 16 / Romeinen 10 : 8 / Efeziërs 1 : 13, 6 : 17.
  • Zijn de woorden uitgesproken vanuit Gods liefde? 1 Corintiërs 14 : 1 / 1 Corintiërs 13 / 1 Johannes 3, 4 / Galaten 5 : 14.
  • Wordt de profetie als een tegenaanval misbruikt? Lucas 11 : 53 / Mattheüs 24 : 11.
  • Is het een profetie of een voorlezen uit de Bijbel?
  • Leert de persoon Bijbelgetrouwe dingen? Johannes 16 : 13 / Galaten 1 : 6-9 / Efeziërs 4 : 25 / Colossenzen 2 : 4, 8, 21, 22.
  • Haalt de persoon geen Bijbelteksten uit het verband? 1 Timoteüs 1 : 15; 4 : 1 / Galaten 1 : 7.
  • Mogen de woorden getoetst worden van degene die ze heeft uitgesproken? 1 Johannes 4 : 1 / 1 Corintiërs 10 : 15 / Filippenzen 3 : 17 / 1 Thessalonicenzen 5 : 21 / Mattheüs 24 : 4.
  • Komt het uit wat geprofiteerd is? Bijvoorbeel: Joël 2 : 28 « Handelingen 2 : 1-32. BELANGRIJK: De persoon en zijn woorden moeten getoetst worden: 1 Johannes 4 : 1 / 1 Corintiërs 2 : 15 / 1 Corintiërs 10 : 15/ 1 Corintiërs 14 : 29 / Galaten 6 : 4 / Efeziërs 5 : 11, 15. Wat heel vaak gebeurd is, dat de persoon die een ‘profetie’ of ‘beeld’ heeft, boven een ander wil staan. Wil de persoon graag terechtwijzen. Eigen begeerten en/of fantasiën zijn verward met profetie/beeld. Of: men spreekt iets over een ander uit wat door middel van mensenkennis al bekend is. Of het gaat om macht of om een plaats toe te eigenen in de Gemeente.
  • Is de profetie tot stichting van de Gemeente? 1 Corintiërs 14 : 4?
  • Is het opdat de gelovigen er lering door ontvangen? 1 Corintiërs 14 : 31.
  • Is het tot bemoediging? 1 Corintiërs 14 : 3, 31. * Is het om de ongelovige te overtuigen? 1 Corintiërs 14 : 25, 25. 
  • Is de profetie vanuit een gelovig hart uitgesproken? Romeinen 12 : 6.
  • Is het geen leugenachtige profetie, vanuit zelfzuchtige motieven? Jeremia 13 : 14, 28 : 2, 10 / Handelingen 19 : 14 / 2 Thessalonicenzen 2 : 9/ Mattheüs 24 : 24 / Openbaring 13 : 13, 14 ( archief: onderwijs S. Voordewind, 1990)
  • Zie ook op deze website de pagina: publiciteit: Profetieën / ingezonden brief.
< Vorig   Volgend >