LANGUAGE arrow Publiciteit arrow Radio interview DE WOLDEN
 
Radio interview DE WOLDEN Print
RADIO INTERVIEW
(in de studio in Zuidwolde: 03-11-2005)
Interview Lammie Benning van Streekradio De Wolden met Sieberen en Jacqueline Voordewind

L:”We hebben in ons programma twee gasten en dat zijn: Sieberen en Jacqueline Voordewind…de presentatie wordt vandaag verzorgd door Lammie Benning…en we beginnen met een muziekje van… En nu gaan we naar onze gasten. Ik heb twee gasten hier
aan tafel zitten, uh, dat is Sieberen en Jacqueline Voordewind. Welkom vanmiddag en hartstikke mooi dat jullie vandaag wilden komen. Daar ben ik heel blij mee. Uhm, Sieberen en Jacqueline hebben een boekje geschreven en de titel heet: Overleven met een laag inkomen. Wij dachten dat dit wel een mooi onderwerp is voor de dure maand december.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om zo’n boekje te schrijven?”
S: “Wij hebben gemerkt dat er heel veel nood is in de wereld. Vooral op het gebied van financiën. We hebben zelf een telehulplijn gehad voor mensen in nood. Iedere dag konden ze bellen. En heel vaak ging het over geld. Dus dan ga je ook dingen voor mensen uitzoeken. Hoe zit dit, hoe zit dat. Maar sinds een aantal jaren geleden mijn lichaam was ingestort, kom je zelf ook mee in aanraking en ja, dan ga je erover schrijven, van je af schrijven en ook over: wat kom je zelf tegen en hoe ga je zelf om met een laag inkomen.”

L: “Ja, wat moet je er voor laten en de weg vinden naar instanties waarschijnlijk.”
S: “Ook dat, want niet iedereen weet ook de wegen. We kregen van de huisarts en andere mensen te horen: Ja, jullie weten altijd de wegen. Jullie weten altijd hoe je overal komt. En ja toen dachten we: Laten we dit maar te boek stellen.”  

L: “Ja.”

J: En achterin ook allemaal adressen waar je terecht kunt.”

L”: “ Ja, ik heb het boekje gelezen en er staat echt wel veel dingen in. Ik kwam ook wel dingen tegen, dat ik dacht: Dat weten de mensen toch wel. Maar het blijkt toch wel zo te wezen dat dat niet altijd zo is.”

S: “En veel gemeenten laten de mensen onwetend. Ze zeggen niet alles.”

L: “Ja, om zelf maar niet te veel hoeven uit te geven. Ja. Nou we hebben, het wordt toch een dure maand eigenlijk deze maand. Hebben jullie wat tips voor sinterklaas bijvoorbeeld?”

S: Ja.”

L: “Het is wel heel kort dag, t’is al volgende week.”

J: “Ja, het kan nog.” L: “Ja, het kan nog ja.”

S: “Nou ten eerste kunnen mensen voor de kinderen hun schoentje zetten bij ja, de meeste supermarkten.”

L: “Ja, dat gebeurd hier volgens mij ook. Bij, ja.”

S: “Ja hé? Hier ook wel.”

L: “Ja bij Zuidwolde tenminste wel.”

S: “Oke. Ja, dan heb je dat de kinderen op school iets krijgen. En je hebt -ik weet niet hoe dat hier zit in de Wolden –maar mensen kunnen informeren bij het gemeentehuis doe dat zit met Humanitas. Die verzorgt ook nog wel eens cadeautjes voor kinderen. Uhm ja, het beste advies is eigenlijk voor mensen die helemaal niets zouden kunnen: Zeg gewoon tegen de kinderen: Zet maar niet je schoen, want uhm.”

L: “Maar dat is ook zo sneu hé?”

S: “Ja, dat is sneu en dan de waarheid vertellen. Maar soms kan het niet anders… Soms kun je beter de waarheid vertellen als er geen andere mogelijkheden zijn. Want die gezinnen zijn er ook, dat er echt helemaal niets is, of geen mogelijkheden zijn.”

L: “Je had in ons voorgesprekje over Humanitas.”

S: “Ja…dat is landelijke en er liggen vaak formuliertjes op het gemeentehuis, kunnen ouders invullen.”

J: “Telefoonnummer erbij,
e-mail adres.”

S: “En dan brengt Humanitas cadeautjes aan de deur. Ik dacht dat het landelijk was, want ik heb het ook op televisie gezien.” J: “Ja het is ook op het nieuws geweest.”

L: “Ja, het is ook een idee voor mensen om daar eens naar te informeren.”

S: “Ja, dan hebben ze toch nog een cadeautje.”

L: “Ja”

S: “En leuke dingen geven ze hoor.”

L: “Ja”

S: “Het is niet zo dat ze zich er van af maken. Nee, dat is heel fijn. Ze zijn bij ons ook geweest. Ja, en dat is heel vriendelijk.”

L: “Ja.”

S: Heel fijn voor de kinderen.”

L: “Ja, dan hebben ze toch nog een leuke sinterklaas, zeg maar.”

S: “Ja, daarom is het boekje ook geschreven uit eigen ervaring hé. Niet om boven mensen te staan, maar naast de mensen te staan en eh ja ze wegwijs te maken in de situatie.”

J: “Maar het is met sinterklaas cadeautjes en kerst cadeautjes natuurlijk ook zo: Proberen als het even kan misschien door het hele jaar een kleinigheidje kopen.”

L: “Voor die tijd al wat uitkijken.”

J: “Ja, en mijn ervaring is dat juist dan de cadeautjes niet zo duur zijn.”

L: “Nee.”

J: “En als je op het laatst gaat, ja, dan maakt de commercie daar ook een beetje gebruik van en vaak dingetjes in uitverkoop het hele jaar door en ja, dat zet je maar mooi in de kast weg en de kindertjes zien het niet. Dan heb je nog eens wat.”

L: “Ja, daar is het nou een beetje laat voor, maar voor volgend jaar is dat wel goed.”

J: “Ja precies.”

S: “Maar voor de kerst. De mensen hebben nog een kans.”

S+J: “Ja, dat is ook zo.”

S: “En heb je helemaal geen cadeaupapier, nou vaak bij inpaktafels in winkels liggen legio aan cadeaupapier.”

L: “Ja, dat klopt.”

S: “Dus het hoeft niet persé in een krant.”

L: “Nee, er kan altijd nog een mooi papiertje omheen.”

S: “Eigenlijk als je wilt,-zo is ook het boekje geschreven –is er altijd wel een mogelijkheid. Als je maar niet bij het pakken neer zit. Op de stoel zit en zegt: Ik kan niks. Er is niks. Maar even de ogen open en kijken: Wat zijn wel de mogelijkheden.”

L: “Ja.”

J: “Ja, en kijk niet naar de buren, want de buren hebben het altijd anders dan jezelf.”

L: “Het gras is altijd groener bij de buren hé?”

J: “Dat bedoel ik. Het is de gezelligheid die je in huis haalt.”

L: “Ja, dat klopt ook en een beker warme chocolade melk met een paar pepernoten, doet heel wat.”

S: “Ja, het gaat om de gezelligheid die je samen hebt hé.”   Het gaat om de gezelligheid die je samen hebt hè.

L.+J.: “Ja.”

S.: “En niet eh, en dat is heel belangrijk dat de mensen dat moeten weten, dat ze zich niet in de schulden gaan steken voor kadootjes en dingen. Want ja, het is misschien op het moment wel leuk, met de feestdagen, maar daarna heb je de kater.”

L.: “Ja. En dat is ook weer niet de bedoeling.”

S.: “Dat is niet de bedoeling, nee.”

L.: “We gaan even een muziekje draaien”….

L.: “Dat was dus Normaal…. we gaan weer verder met onze twee gasten Jacqueline en Sieberen Voordewind. Uhm, we gaan het nu eens hebben over de portemonnee en hoe je, ja, op een goeie manier met weinig geld om kunt gaan. Wat heb je voor een tip Jacqueline of Sieberen?”

J.: “Ja, ik als huisvrouw hè, ik doe de boodschappen.”

L.: “Ja, ja, ja.”

J.: “Dus ja, ik vind het altijd zelf heel belangrijk om op te schrijven wat ik hebben moet. Als je in de winkel komt, kom je natuurlijk heel wat verleiding tegen.”

L.: “Ja.”

J.: “Maar eh, ja, probeer toch de kop er bij te houden.”

L.: “Gewoon een lijstje maken en daar aan houden en niks eh.”

J.: “Wat op is in huis opschrijven en dat moet ik hebben, en ja, dat is een open deur, maar ik denk, eh, als je naar de winkel gaat, ga dan even eerst een boterhammetje eten als je ‘m hebt.”

L.: “Ja met een lege maag is ’t uh.”

J.: “Ja dan is de verleiding nog groter.”

L.: “Nog groter ja.”

J.: “En durf bijvoorbeeld als je naar een gewone supermarkt gaat waar ze spul afwegen, van eh, “nee” zeggen als ze vragen: “mag het ook een onsje meer zijn?” Ja, je betaalt het wel.”

L.: “Ja, je moet het wel betalen, ja.”

J.: “En grote hoeveelheden proberen hè? Als het geld binnen is. Probeer dan niet per dag, maar even wat meer, dat je niet iedere keer gaat. Want ga je iedere keer, dan kom je misschien toch weer in de verleiding. En iedereen is daar weer anders in, dat besef ik wel. Maar als je het niet hebt kun je het ook niet uitgeven. Dus probeer daar op te letten. Ja.

S.: “En niet boven je stand leven. Je hebt heel veel menzen met een uitkering die hetzelfde willen hebben als de buren, nieuwe auto, en dan gaan ze kopen op afbetaling en zo, en dan kom je nog dieper in de schulden. Je kan beter, jezelf ook daarin accepteren. Je hoeft niet het beste te hebben en je hoeft niet anders voor te doen. Natuurlijk je bent uniek. Je zit in een situatie, waar je misschien voorlopig niet uit komt, maar probeer niet in een stress te komen door datgene aan te schaffen wat de mensen om je heen hebben.”

L.: “Ja, ja en ik vind ook dat de mensen zich echt niet hoeven te schamen.”

S.: “Nee, precies.”

L.: “Omdat ze wat minder in het potje hebben, want ze kunnen er vaak ook niks aan doen.”

S.: “Nee, klopt.”

J.: “Ik denk tegenwoordig al helemaal niet, want het is zó in het nieuws.”

L.: “Ja.”

J. : “Iedereen heeft het eigenlijke hè?”

L.: “Ja, je hoort het steeds meer.”

J.: “Nou ja, iedereen, ik zeg wel iedereen, maar héél veel.”

L.: “Nou ja er komen ja, je hoort steeds meer en dat er steeds meer mensen komen die es, eh, ja, minder krijgen.”

S.: “En wie zegt dat wat een ander koopt, dat dat kontant betaald is.

L.: “Ja, je kunt ook niet bij een ander in de portemonnee kijken.”

S.: “Daar kun je ook niet in kijken, nee, want iemand kan zich heel mooi voor doen en dure dingen kopen en dan denk je: “Zo wat kan die allemaal, maar ik kan dat niet,” maar dat hoeft ook niet hè, kontant zijn.”

L.: “En ja, gezinnen met weinig geld die willen zich ook wel eens lekker relaxen en ontspannen. Kunnen ze dat ook. Heb je nog tips voor ze dat ze op een goedkope manier, eh, iets leuks kunnen doen, kwa sport of zo, weet ik veel wat?”

S.: “Kwa met sport en bladen als Donald Duck, uh, Tina; de mensen kunnen bij de gemeente terecht voor een vergoeding van de activiteitenfonds. En kleding valt daar ook een gedeelte onder.”

L.: “Kleding, bedoel je met van sportkleding?”

S.: “Sportkleding ja. Nou is het wel zo dat je bij sportkleding iets minder nodig hebt dan bij een scaeting. Dan zou je voor een aanvulling naar Stichting… in…  Ja, je kunt dat altijd vragen. Ook de Wolden. Zit er tegenaan. Dus je kunt dat altijd vragen. Of misschien hebben ze in de Wolden ook wel zo iets voor aanvullingen. En dan eh, ja, wij leven met elkaar altijd heel ontspannen. Wij proberen altijd te zien wat wel mogelijk is. Je hebt hier prachtige kinderboerderijen waar we heen gaan. Je hebt hier het voorrecht dat het vliegveld dichtbij is, waar je heen kunt. Je kunt samen schilderen, knutselen en ja, je kunt een heleboel doen.”
 
J.: “Naar het bos met elkaar.”

S.: “Ja.”

L.: “Ja, een lekkere boswandeling maken eh.”

S.: “Ja, er zijn een heleboel dingen die je wel kunt doen. Samen spelen, samen zingen, van alles. En met knutselen hoeft het niet altijd met iets nieuws te zijn. Want ja, ik heb dan het voorrecht dat ik van rommel de mooiste dingen kan maken, dingen namaken. Dat heeft misschien niet iedereen. Maar je kan het toch proberen. Overal zit eigenlijk toch wel wat in.”

J.: “En daar zijn ze ook nog wel trots op hoor als ze iets maken van “niets.”

L.: “Ja, wat eigenlijk afval is en zegt van een blikje met een papier, bierdopjes of wat dan ook, ja, dat in elkaar te zetten, eh ja, dan ben je met z’n allen weer trots waarschijnlijk.”

J.: “En daarbij heeft niet iedereen internet, maar je kunt op internet heel veel leuke ideeën halen om te knutselen.”

L.: “Ja.”

S.: “Ik heb gehoord van een mevrouw die van verrot hout de prachtigste beelden maakt.”

L.: “Ja.”

S.: “Snijdt ze eruit. Dus ja.”

L.: “Dan is het absoluut niet duur, dan is het gewoon even eh.”

S.: “Hobby valt ook wel onder activiteitenfonds hè? Bij de gemeente.”

L.: “Ja.”

S.: “Dus dan heb je ook een zekere vergoeding.”

L.: “Dus ja, daar kun je ook informatie inwinnen over wat wel vergoed wordt en wat niet.”

S.: “Nou Jacqueline volgt een schildercursus, dus de verf en alles wordt vergoed door de activiteitenfonds.”

J.: “Zit er bij in, in die cursus (de verf) he?”

S.: “Ja en dat is wel mooi dan.”

J.: “En ga sokken breien bijvoorbeeld. Ha, ha.”

S.: “Ja je bent weer aan de sokken hè?” J

.: “Ja, voor het eerst en het lukt me ook nog.”

L.: “Sokken breinen heb ik wel gedaan ooit, maar vraag me niet meer hoe het moet. Ehm; wat hadden wij nog meer?”

S.: “Fabels.”

L.: “Fabels, ja, je hebt zoveel fabels van iemand met een laag inkomen.”

S.: “Nou heel belangrijk is één van de dingen die je het meest tegen komt: hoe meer geld iemand heeft, hoe gelukkiger die is. Nou, ik zeo laatst tegen iemand van een krant: er zijn zelfs miljonairs die zwaar depressief zijn en ergens vanaf springen.”

L.: “Ja.”

S.: “Geluk, en dat staat ook in het boekje, is niet afhankelijk van geld. Je kunt een laag inkomen hebben – hoeft niet persé een uitkering. Er zijn ook mensen die kei en keihard werken en toch weinig overhouden. Ik denk ook aan de midden inkomens die buiten voorzieningen vallen – en toch gelukkig zijn. Het geluk zit in jezelf. Kijk naar: wat heb ik wel. Geniet daar van. M’n mijn gezin. Geniet van de bomen, de bladeren, van wat je wel hebt aan spullen: je hebt een bed om te slapen. Dat voorrecht hebben we in Nederland. Je hebt een tafel, stoel en in de meeste gevallen: een televisie. Kijk naar wat je hebt en niet naar wat je niet hebt.”

L.: “Nee, precies, gewoon kieken naar wat je hebt en niet denken: dat heeft die ook en dat wil ik ook. Nee, gewoon kieken noar wat je zelf wel hebt.”

S.: “O, Jacqueline wijst me nog iets, wat ook wel eens voorkomt: mensen denken wel eens dat iemand met een uitkering a-sociaal zijn. Nou iemand met een uitkering kan socialer zijn.”

S.: “Ja.” S.: “Je hebt mensen die veel geld hebben en de hand op de portemonnee houden. Het is onze ervaring dat juist mensen met een laag inkomen soms het meest geven.”

J.: “Ja, en je zoekt mekaar ook op. Je deelt vaak.”

L.: “Ja, want je weet hoe het is en dan help je elkaar en dan deel je.”

J.: “En dan moet ik ook zeggen – en dat is misschien een zijsprongetje – maar bij ons in de buurt is het ook gewoon hartstikke mooi. We helpen elkaar ook. Wij hebben dan zelf 8 kippen in de tuin en die leggen te veel eieren voor onszelf.”

L.: “Ja.”

J.: “Maar dan deel je.”

L.: “Ja.”

J.: “Dat is leuk. Maar dat is ook een leuk gevoel. En van tegenover, van onze voorbuurman krijgen we wel eens wat groente of wat ook. En we krijgen wel gewoon eens wat bladen, van opa en oma in de straat. Bladen zoals Margriet, Libelle en dat soort dingen en dat is gewoon leuk.”

L.: “Ja, en zo help je mekaar.”

S.: “En dan is het belangrijk om niet in een hoekje te gaan zitten. Maar juist sociale contacten opzoeken, zodat je toch elkaar kunt helpen. En ander kan jou helpen, jij kan een ander helpen. En zo kom je er samen door.”

L.: “En toch kan ik me voorstellen dat er mensen zijn, die in zo’n situatie zitten, dat die juist in een hoekje gaan zitten, hè. De deur niet meer uit komt.”

S.: “Dat is zielig ja. En dan mag je ook weten dat je niet minder bent dan iemand die veel geld heeft. Maar dat je juist van waarde bent. Je bent niet voor niks op deze aarde, zeggen we dan. En eh, je mag er zijn. En probeer toch uit dat hoekje te komen en ga iemand opzoeken. Al is het bijvoorbeeld een bejaard iemand die je bezoekt. Probeer zelf iets te ondernemen. Of iemand die je kent en een nood heeft: ga daar eens een arm omheen slaan. Begin eens met zulke kleine dingen.”

L.: “Ja.”

S.: “Maar kom uit dat hoekje.”

L.: “Kom uit dat hoekje, ja.”

S.: “Want anders kom je echt niet vooruit.” S.: “Probeer toch te denken aan: wat zijn de mogelijkheden voor mij in plaats van: wat kan ik niet.”

J.: “Iedereen heeft z’n talent. Iedereen heeft z’n talent. Iedereen kan wel iets.”

L.: “Ja.”

J.: “En dat ie met een ander kan delen en dan krijg je vanzelf. Het gaat er niet om dat je iets doet om wat terug te krijgen, maar het gaat automatisch.”

L.: “Ja.”

J.: “En dat is gewoon mooi.”

L.: “Zo gebeurt het dan vaak hè?”

J.: “Ja.”

L.: “Ja, we moeten een beetje afronden. Uhm, overleven met een laag inkomen, het boekie; waar kunnen mensen die zeggen: ik wil dat boekie wel es doornemen.”

S.: “Ja, bij elke boekhandel in Nederland kunnen ze terecht. En voor mensen die pen en papier bij zich hebben ISBN is; mag ik dat noemen?”

L.: “Ja.”

S.: “Dat is heel belangrijk dat mensen dat bij zich hebben, want soms zijn er winkels die.”

L.: “Ja, daar hangt het boekie aan vast hè?”

S.: “Dat is 9075675712. Maar ja als je naar de boekhandel gaat en het ligt er niet en je vraagt: wilt u naar de groothandel Scholtens bellen, dan komt het ook goed.”

L.: “Nou ik wil jullie hartstikke bedanken en ik vond het heel mooi dat jullie hier waren en tips gekregen hebt.”

S.: “Ja, het was fijn om hier te zijn.”

J.: “Bedankt ook voor de uitnodiging. Ik vond het hartstikke mooi.”
L.: “Ja, en dan volgt er muziek”……….


< Vorig   Volgend >